2021-04-15
Added · Updated
The Dutch Authority for Financial Markets and the Dutch Central Bank propose the 'Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2021' to replace the 2017 regulation, establishing sound remuneration policies for banks, investment firms, and pension funds. The regulation mandates specific requirements for variable remuneration, including a minimum 50% equity or equivalent instrument component, deferral periods of at least four to five years, and malus and clawback mechanisms. It introduces distinct compliance tiers: Annex A applies to banks and significant investment firms, Annex B to non-small non-connected investment firms, and Annex C to pension funds, while exempting smaller entities from certain deferral and equity requirements.
1 Consultatieversie Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2021 Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. en de Autoriteit Financiële Markten van [nieuwe datum] houdende regels met betrekking tot het beheerst beloningsbeleid van banken, beleggingsondernemingen en premiepensioeninstellingen (Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2021) De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Autoriteit Financiële Markten; Gelet op artikel 1:117, vierde lid en vijfde lid, van de Wet op het financieel toezicht; Gelet op Richtlijn (EU) nr. 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP II-richtlijn) (herschikking), in het bijzonder artikel 23, Richtlijn (EU) nr. 2019/878 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019, strekkende tot wijziging van Richtlijn nr. 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van richtlijn nr. 2002/87/EG en tot intrekking van de richtlijnen nr. 2006/48/EG en nr. 2006/49/EG (richtlijn kapitaalvereisten), in het bijzonder de artikelen 92 tot en met 96, en Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen), in het bijzonder de artikelen 30 tot en met 34; Besluiten
2 d. beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen: een beleggingsonderneming met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 van de Wft is verleend, niet zijnde een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten; e. premiepensioeninstelling: een premiepensioeninstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de Wft. 2. Beginselen voor een beheerst beloningsbeleid Artikel 2 Als onderdeel van de beheerste bedrijfsvoering voert een bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, met inachtneming van hoofdstuk 1.7 van de Wft, een beloningsbeleid dat voldoet aan de vereisten in bijlage A bij deze regeling. Artikel 3
3 Artikel 4 Als onderdeel van de beheerste bedrijfsvoering voert een premiepensioeninstelling, met inachtneming van hoofdstuk 1.7 van de Wft, een beloningsbeleid dat voldoet aan de vereisten in bijlage C bij deze regeling. 3. Slotbepalingen Artikel 5 De Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2017 (Stcrt. 2017, 70004) wordt ingetrokken. Artikel 6 Deze regeling treedt inwerking op het tijdstip dat artikel I, onderdeel N, van de Implementatiewet richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen in werking treedt. Artikel 7 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2021 Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Amsterdam, [datum] De Nederlandsche Bank N.V., [naam] Directeur Stichting Autoriteit Financiële Markten, [naam] Bestuurslid/Voorzitter
4 Bijlagen bij de Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2021 Bijlage A. (bijlage als bedoeld in artikel 2)
5 bedrijfsactiviteiten waarop zij toezicht houden (artikel 92, tweede lid, onder e, van de richtlijn kapitaalvereisten). 7. De in onderdeel 18 van deze bijlage bedoelde beloningscommissie of, indien een dergelijke commissie niet is opgericht, het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie, houdt rechtstreeks toezicht op de beloning van hogere leidinggevende medewerkers die risicomanagement- en compliancefuncties uitoefenen (artikel 92, tweede lid, onder f, van de richtlijn kapitaalvereisten). 8. De prestatiebeoordeling is gespreid over meerdere jaren om te verzekeren dat de beoordeling is gebaseerd op langetermijnprestaties en dat de feitelijke uitbetaling van prestatie gebonden gedeelten van de beloning wordt gespreid over een periode waarin rekening wordt gehouden met de onderliggende bedrijfscyclus van de bank of beleggingsonderneming en haar bedrijfsrisico's (artikel 94, eerste lid, onder b, van de richtlijn kapitaalvereisten). 9. De totale variabele beloning beperkt niet de mogelijkheid voor de bank of beleggingsonderneming om haar kapitaalbasis te versterken (artikel 94, eerste lid, onder c, van de richtlijn kapitaalvereisten). 10. De vaste en variabele componenten van de totale beloning zijn evenwichtig verdeeld en het aandeel van de vaste component in het totale beloningspakket is groot genoeg voor het voeren van een volledig flexibel beleid inzake variabele beloningscomponenten, inclusief de mogelijkheid om geen variabele beloningscomponent uit te betalen (artikel 94, eerste lid, onder f, van de richtlijn kapitaalvereisten). 11. Beloningspakketten in verband met de compensatie of het afkopen van contracten uit eerdere dienstbetrekkingen sluiten aan bij de langetermijnbelangen van de bank of de beleggingsonderneming, inclusief retentierechten, uitstel van betaling, prestatie- en verrekeningsafspraken (artikel 94, eerste lid, onder i, van de richtlijn kapitaalvereisten). 12. Bij de beoordeling van prestaties, als basis voor de berekening van variabele beloningscomponenten of van pools van variabele beloningscomponenten, wordt een correctie aangebracht voor alle soorten van actuele en toekomstige risico's, en wordt rekening gehouden met de kosten van het gebruikte kapitaal en de vereiste liquiditeit (artikel 94, eerste lid, onder j, van de richtlijn kapitaalvereisten). 13. Bij de toewijzing van de variabele beloningscomponenten binnen de bank of beleggingsonderneming wordt ook rekening gehouden met alle soorten actuele en toekomstige risico's (artikel 94, eerste lid, onder k, van de richtlijn kapitaalvereisten). 14. Een aanzienlijk deel, en in ieder geval ten minste 50% van een variabele beloning, bestaat uit een afgewogen mix van het volgende:
6 a) aandelen of afhankelijk van de juridische structuur van de betrokken bank of beleggingsonderneming, equivalente eigendomsbelangen, of op aandelen gebaseerde instrumenten of, afhankelijk van de juridische structuur van de betrokken bank of beleggingsonderneming, equivalente niet-liquide middelen; b) indien mogelijk, andere instrumenten als bedoeld in artikel 52 of artikel 63 van de verordening kapitaalvereisten (Verordening (EU) nr. 575/2013) of andere instrumenten die volledig in tier 1-kernkapitaalinstrumenten kunnen worden omgezet of volledig kunnen worden afgewaardeerd, die in elk geval een goede weerspiegeling zijn van de kredietkwaliteit van de instelling in het kader van de lopende bedrijfsuitoefening en mogen worden gebruikt voor de uitkering van een variabele beloning; De in dit onderdeel bedoelde instrumenten zijn onderworpen aan een passend retentiebeleid dat tot doel heeft financiële prikkels af te stemmen op de langetermijnbelangen van de bank of beleggingsonderneming. Dit onderdeel is van toepassing op zowel het gedeelte van de variabele beloningscomponent waarvan de uitkering wordt uitgesteld overeenkomstig onderdeel 15 van deze bijlage, als op het gedeelte van de variabele beloningscomponent waarvan de uitkering niet wordt uitgesteld (artikel 94, eerste lid, onder l, van de richtlijn kapitaalvereisten). 15. Een aanzienlijk deel, en in ieder geval ten minste 40% van de variabele beloningscomponent, wordt uitgesteld over een periode van ten minste vier tot vijf jaar die aansluit bij de aard van de activiteiten, de risico’s daarvan en de activiteiten van het betrokken personeelslid. Voor leden van het leidinggevend orgaan en de directie van banken of beleggingsondernemingen die significant zijn wat hun omvang, interne organisatie en de aard, reikwijdte en complexiteit van hun werkzaamheden betreft, mag de uitstelperiode niet korter zijn dan vijf jaar. Uitgestelde beloning wordt niet sneller dan op pro-rata basis verworven. Indien een variabele beloningscomponent een bijzonder hoog bedrag is, wordt daarvan ten minste 60% uitgesteld. De duur van de uitstelperiode wordt vastgesteld in overeenstemming met de bedrijfscyclus, de aard van de activiteiten, de risico’s daarvan, en de activiteiten van het betrokken personeelslid (artikel 94, eerste lid, onder m, van de richtlijn kapitaalvereisten). 16. De variabele beloning, inclusief het uitgestelde gedeelte, wordt slechts uitbetaald of verworven wanneer dit met de financiële toestand van de bank of beleggingsonderneming in haar geheel te verenigen is en door de prestaties van de bank of beleggingsonderneming, de bedrijfseenheid en het betrokken individu te rechtvaardigen is. Onverminderd de algemene beginselen van het nationale verbintenissen- en arbeidsrecht, wordt de totale variabele beloning in het algemeen aanzienlijk verlaagd indien de bank of beleggingsonderneming geringere of negatieve financiële prestaties levert, daarbij rekening houdend met zowel de huidige beloning als met de verlaging van uitbetalingen van eerder
7 verdiende bedragen, onder meer door middel van aanpassings- of terugvorderingsregels (artikel 94, eerste lid, onder n, van de richtlijn kapitaalvereisten). 17. Het pensioenbeleid is afgestemd op de bedrijfsstrategie, de doelstellingen, de waarden en de langetermijnbelangen van de bank of beleggingsonderneming. Indien de werknemer vóór pensionering de bank of beleggingsonderneming verlaat, worden de uitkeringen uit hoofde van een discretionair pensioen gedurende een termijn van vijf jaar door de bank of beleggingsonderneming aangehouden in de vorm van de in onderdeel 14 van deze bijlage bedoelde instrumenten. Indien een werknemer zijn pensionering bereikt, worden discretionaire pensioenuitkeringen aan hem betaald in de vorm van de in onderdeel 14 van deze bijlage bedoelde instrumenten, onder voorbehoud van een retentieperiode van vijf jaar (artikel 94, eerste lid, onder o, van de richtlijn kapitaalvereisten). 18. Het bepaalde in onderdeel 14, 15 en de tweede alinea van onderdeel 17 van deze bijlage is niet van toepassing op: a) een bank of beleggingsonderneming die geen grote instelling is als gedefinieerd in artikel 4, eerste lid, punt 146, van Verordening (EU) nr. 575/2013, en waarvan de waarde van de activa gemiddeld en op individuele basis overeenkomstig de richtlijn kapitaalvereisten en Verordening (EU) nr. 575/2013 € 5 miljard of minder bedraagt over de periode van vier jaar die onmiddellijk voorafgaat aan het lopende boekjaar; b) een personeelslid van wie de jaarlijkse variabele beloning niet hoger is dan € 50.000 en niet meer dan een tiende van de totale jaarlijkse beloning van het personeelslid vertegenwoordigt (artikel 94, derde en vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten zoals geïmplementeerd in artikel 1:117, vijfde lid, van de Wft). 19. Een bank of beleggingsonderneming die significant is voor wat betreft haar omvang, interne organisatie en de aard, reikwijdte en complexiteit van haar werkzaamheden, stelt een beloningscommissie in. De beloningscommissie is zodanig samengesteld dat het een kundig en onafhankelijk oordeel kan geven over het beloningsbeleid en de beloningscultuur en de prikkels die daarvan uitgaan voor het beheer van risico, kapitaal en liquiditeit (artikel 95, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten). 20. Een bank of beleggingsonderneming die significant is draagt er zorg voor dat de beloningscommissie verantwoordelijk is voor het voorbereiden van beslissingen over beloning, inclusief beslissingen die gevolgen hebben voor de risico's en het risicobeheer van de betrokken bank of beleggingsonderneming en die het leidinggevend orgaan moet nemen. De voorzitter en de leden van de beloningscommissie zijn leden van het leidinggevend orgaan die in de betrokken bank of beleggingsonderneming geen enkele uitvoerende functie bekleden. Bij de voorbereiding dergelijke beslissingen houdt de beloningscommissie rekening met de langetermijnbelangen van aandeelhouders, investeerders en andere belanghebbenden van de bank of
8 beleggingsonderneming, alsook het algemeen belang (artikel 95, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten). 21. In het geval van een bank of beleggingsonderneming waarvoor uitzonderlijke overheidsmaatregelen gelden, zijn onverminderd de artikelen 1:128 en 1:129 van de Wft de volgende beginselen van toepassing: a. de variabele beloning is strikt beperkt tot een percentage van de nettowinsten indien zij niet strookt met de handhaving van een solide kapitaalbasis en een tijdige beëindiging van overheidssteun; b. de bank of beleggingsonderneming herstructureert haar beloningen zodanig dat zij in overeenstemming zijn met een degelijk risicobeheer en de langetermijnontwikkeling, onder meer door, waar van toepassing, het begrenzen van de beloning van de leden van het leidinggevend orgaan van de bank of beleggingsonderneming (artikel 93 van de richtlijn kapitaalvereisten).
9 Bijlage B. (bijlage als bedoeld in artikel 3)
10 bedrijfsactiviteiten van de beleggingsonderneming en de daaraan verbonden risico's, alsmede met de impact die verschillende categorieën personeel als bedoeld in onderdeel 1 van deze bijlage hebben op het risicoprofiel van de beleggingsonderneming (artikel 30, eerste lid, onder k, en tweede lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen). 8. De variabele beloning die door een beleggingsonderneming wordt toegekend en uitgekeerd aan in onderdeel 1 van deze bijlage bedoelde categorieën werknemers, voldoet aan alle volgende vereisten: a) de ingevolge artikel 1:118 en 1:119 van de Wft bedoelde prestatiebeoordeling is gebaseerd op een periode van verschillende jaren, rekening houdend met de bedrijfscyclus van de beleggingsonderneming en haar bedrijfsrisico's (artikel 32, eerste lid, onder c, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen); b) de variabele beloning doet niet af aan de capaciteit van de beleggingsonderneming om een solide kapitaalbasis te verzekeren (artikel 32, eerste lid, onder d, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen); c) beloningspakketten met betrekking tot de compensatie of de afkoop van overeenkomsten in eerdere dienstbetrekkingen sluiten aan bij de langetermijnbelangen van de beleggingsonderneming (artikel 32, eerste lid, onder g, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen); d) bij de beoordeling van prestaties, als basis voor de berekening van pools van variabele beloningscomponenten, wordt rekening gehouden met alle soorten actuele en toekomstige risico's en met de kosten van het vereiste kapitaal en de overeenkomstig Verordening (EU) 2019/2033 vereiste liquiditeit (artikel 32, eerste lid, onder h, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen); e) bij de toewijzing van de variabele beloningscomponenten binnen de beleggingsonderneming wordt rekening gehouden met alle soorten actuele en toekomstige risico's (artikel 32, eerste lid, onder i, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen); f) ten minste 50 % van de variabele beloning bestaat uit de volgende instrumenten: i. aandelen of gelijkwaardige eigendomsbelangen, afhankelijk van de juridische structuur van de betrokken beleggingsonderneming; ii. op aandele